Verhaal De Letter september 2017

Dat zit er van de Slonnink’s kante in.

Wij van het Archief Lettele hebben ook gehoor gegeven aan het verzoek van de redactie van ‘De Letter’ om een stukje te schrijven voor de nieuwe jaargang van ‘De Letter’.
Als je daar mee bezig gaat wil je natuurlijk ook wat schrijven wat de mensen lezen. Dat ze achteraf zeggen; “Oh zit zat zo, leuk, nooit geweten!”.Dus houdt hier niet op met lezen, maar ga verder. En ben je het ergens niet mee eens, of heb je nog vragen, laat het ons dan weten. Dat geeft weer stof tot discussie en wellicht vulling voor ‘De Letter’.
Dit maal gaat het over de genealogie van de familie Aarnink. Wellicht snap je aan het eind dan ook de betekenis van de titel.
In het schattingsregister, een register uit de middeleeuwen waarin de boerderijen in Salland en Twente worden genoemd, staat in 1427 een vermelding van ene Deric Aernying op erve Aarnink te Ortele(schoutambt Colmschate).Wellicht is de boerderij al een paar eeuwen eerder gesticht.
De eerste duidelijke gegevens dateren uit 1668. In dat jaar dragen Teunis (of Tonis) Areninck en zijn vrouw Aeltjen hun boerderij over aan hun dochter Trijntje. Trijntje trouwt dat jaar met ene Arent uit Kleve. Arent uit Kleve wordt vanaf dat moment ‘Arent Aarnink’ genoemd. Hieruit blijkt, dat de naam Aarnink voortgezet wordt via de vrouwelijk lijn. Dit was in die tijd heel gewoon, want mannen die introuwden op de boerderij van hun vrouw, namen ook de naam van die boerderij aan.
4 generaties volgen elkaar op en blijven op boerderij Aarnink. Vaak grote gezinnen, waarvan echter velen bij of vlak na de geboorte overlijden. Slechts een enkele wordt volwassen en trouwt ook om zo de familienaam voort te zetten.
In april 1785 wordt Antonius Aarninck geboren. Zoon van Harmen Aarninck en Maria ten Have (Haave of Hove). Hij trouwt op 30-10-1816 met Anna Traast en ze gaan op Slonnink wonen. Nu blijft de naam Aarnink bestaan omdat Napoleon ondertussen het bevolkingsregister ingevoerd heeft.
Echter, de bijnaam Slonnink blijft in gebruik als bijnaam, zoals we dat nu ook nog kennen.
Hun zoon Antonius (*10-07-1853) trouwt met Johanna Elferink die ook Slonnink blijven en zo de Slonnink tak vormen. Ze krijgen veel kinderen, waarvan de nazaten nu te vinden zijn in Colmschate; Schalkhaar en in de omgeving van Heeten.
Zoon Henricus (* 02-08-1859) trouwt met Wilhelmina Hazelekke en later met Johanna Haverkamp. Zij gaan op de Koerkampsweg 1 (Dibbelink) wonen en vormen zo de Lettelse tak. De kinderen van Henricus en Johanna (Wilhelmina sterft na 5 jaar huwelijk en krijgt 3 kinderen) gaan verspreid over Lettele wonen dit zijn uit het eerste huwelijk:
·         Mans Aarnink Dibbelink ook wel Lingeveen, getrouwd met Johanna Daggenvoorde
;Spanjaardsdijk 94
·         Johanna Aarnink, getrouwd met Evert Groot Lipman; Essenhuizerweg 2

Uit het tweede huwelijk:
·         Willem Aarnink Essenboer, getrouwd met Antonia Marsman; Essenhuizerweg 1
·         Hendrika Aarnink, getrouwd met Johannes Brinkman; Koerkampsweg 1
·         Anna Maria Aarnink, getrouwd met Antonius Daggenvoorde op Lingeveen;
Bathmenseweg 53
·         Albertus Aarnink, getrouwd met Hendrika Bloemenkamp; Bathmenseweg 42a.
·         Gerdina Maria Aarnink, getrouwd met Henricus Bloemenkamp; Bloemenkampsweg
3.
·         Wilhelmina Aarnink, getrouwd met Antonius Vulink; Koerkampsweg 3.
·         Alberta Maria Aarnink, getrouwd met Albertus Bloemenkamp; Harmelinksdijk 8.

 

Een paar kleinkinderen en een vrij groot aantal achterklein- en achterachterkleinkinderen wonen nu nog steeds in Lettele. Velen zonder te beseffen dat ze familie van elkaar zijn.